Een spouwmuur is een open ruimte (spouw genaamd) tussen de buitenmuur en de binnenmuur. De meest courante binnenmuren hebben een breedte van 14 cm en de buitenmuren ± 9 cm met daartussen een luchtruimte van 5 à 7 cm.
Vroegere jaren werd er gebouwd met volle muren en doordat in koude periodes condensatie op de muuroppervlakte kwam is men in de jaren '30 de muren sporadisch gaan ontdubbelen. In de begin jaren bestonden de buitengevels uit 1 volledige steense muur een luchtspouw van een 4 à 5 cm en een 1/2 steense binnenmuur. Eind jaren '50 is de bouwmethode stelselmatig verandert waarbij de buitengevels werden gebouwd met een 1/2 steense muur (± 9 cm breed).
Werking en ventilatie?
Door de spouwmuur kan het regenwater dat tegen de gevel komt door de capillaire werking van de poreuze baksteen niet meer tot binnen doordringen omdat de gevel onderbroken wordt door de spouw. Door de spouw licht te ventileren met roostertjes of open stootvoegen (verticale voegen) onder en boven in het buitenblad wordt de waterdamp afgevoerd en droogt de muur. Bij onderzoek is echter gebleken dat bij normale bakstenen het vocht in de muur voor ca 98% door middel van diffusie het buitenblad verlaat. Met andere woorden, het ventileren van de spouw is overbodig. Lint- en stootvoegen mogen dus afgedicht worden. Het zorgt enkel voor het afkoelen van de muur. Dit geldt echter niet voor ventilatieroosters
Bij dampdichte materialen (zoals geglazuurde bakstenen of een baksteen beschilderd met dampdichte verf e.d.) zal het vocht wel volledig moeten worden afgevoerd door middel van ventilatie. Een dampdichte laag aan de buitenzijde / op het buitenspouwblad is daarom af te raden.